Regeneratieve landbouw: van praktijkonderzoek naar kennis voor het boerenerf

05 november 2026

Hoe vertaal je kennis over regeneratieve landbouw naar maatregelen waarmee agrarisch ondernemers daadwerkelijk aan de slag kunnen? In het EIP-project De Bodem Leeft komen onderzoek, praktijkervaring en kennisdeling samen. Op Proeftuin De Krim wordt onderzocht hoe regeneratieve maatregelen kunnen bijdragen aan een gezonde bodem en een weerbaarder akkerbouwsysteem. Stimuland helpt om de opgedane kennis en ervaringen ook bij andere agrariërs onder de aandacht te brengen.

 

Regeneratieve landbouw onderzoek

De landbouwtransitie begint in de praktijk

De landbouw staat voor grote uitdagingen. Bodemkwaliteit, biodiversiteit, het beperken van nutriëntenverliezen en steeds extremere weersomstandigheden vragen om aanpassingen in de bedrijfsvoering. Tegelijkertijd moeten agrariërs kunnen blijven rekenen op een gezond en toekomstbestendig bedrijf.

Regeneratieve landbouw biedt hiervoor interessante mogelijkheden. Deze vorm van landbouw richt zich op het herstellen en versterken van natuurlijke processen in bodem en gewas. Maar welke maatregelen werken onder welke omstandigheden? En wat betekenen ze voor de opbrengst en het verdienvermogen van boeren?

Om daar antwoorden op te vinden, wordt binnen het EIP-project De Bodem Leeft van 2025 tot en met 2027 praktijkonderzoek uitgevoerd op Proeftuin De Krim van akkerbouwer Roland Velema. Samen met Vitaland en het Louis Bolk Instituut wordt onderzocht hoe regeneratieve maatregelen kunnen bijdragen aan een weerbaarder akkerbouwsysteem op de Veenkoloniale gronden.

De Bodem Leeft: onderzoek op het erf van de boer

Binnen De Bodem Leeft staan twee praktijkonderzoeken centraal. Het eerste richt zich op winterharde groenbemestermengsels. Onderzoekers bekijken welke invloed deze hebben op het bodemleven, schadelijke en nuttige aaltjes, de stikstofvoorziening en de kwaliteit en opbrengst van het volggewas.

Het tweede onderzoek richt zich op vruchtwisseling. Wat gebeurt er met de aaltjespopulatie wanneer zetmeelaardappelen minder vaak terugkomen in het bouwplan en worden afgewisseld met gewassen zoals suikerbieten, zomergerst en veldbonen?

Beide onderzoeken maken deel uit van een bredere regeneratieve bedrijfsaanpak. Daarbij wordt onder andere gewerkt met gerichte bemesting, bodemanalyses en het zo lang mogelijk bedekt en beworteld houden van de bodem. Zo worden maatregelen niet afzonderlijk bekeken, maar als onderdeel van een samenhangend landbouwsysteem.

Strokenteelt regeneratieve landbouw

Eerste inzichten bieden aanknopingspunten

Na de eerste onderzoeksperiode worden de eerste ontwikkelingen zichtbaar. Zo zijn er bij de onderzochte groenbemestermengsels vooralsnog geen aanwijzingen voor een toename van schadelijke aaltjes. Bij nuttige aaltjes, die bijdragen aan een goed functionerend bodemleven, zijn juist positieve effecten zichtbaar. Ook blijkt dat de samenstelling van de vruchtwisseling invloed heeft op verschillende aaltjessoorten. De keuze en volgorde van gewassen binnen het bouwplan zijn daarbij belangrijk.

Het onderzoek loopt nog door. Over bijvoorbeeld de effecten op stikstof, organische stof en de uiteindelijke gewasopbrengst van de groenbemesterproef kunnen nog geen harde conclusies worden getrokken. Juist die combinatie van eerste inzichten en openstaande vragen maakt praktijkgericht onderzoek waardevol. Het helpt om beter te begrijpen welke maatregelen onder welke omstandigheden kunnen werken, waar risico’s liggen en wat nodig is om regeneratieve landbouw verantwoord toe te passen.

Kennis delen om verandering mogelijk te maken

Voor agrariërs is vooral belangrijk wat deze inzichten betekenen voor hun eigen bedrijf. Welke groenbemesters passen bij mijn grond? Wat betekent een ruimere vruchtwisseling voor mijn opbrengst? En zijn de maatregelen praktisch en economisch haalbaar?

Om deze kennis toegankelijk te maken, organiseren de projectpartners bijeenkomsten en regeneratieve velddagen. Hier ontmoeten boeren, onderzoekers en adviseurs elkaar, worden onderzoeksresultaten besproken en zien deelnemers hoe maatregelen in de praktijk worden toegepast. Door ervaringen uit te wisselen en vragen te bespreken, kunnen ondernemers zelf beoordelen welke mogelijkheden interessant zijn voor hun bedrijfsvoering. Tegelijkertijd leveren hun praktijkvragen waardevolle aanknopingspunten voor verder onderzoek.

Stimuland verbindt onderzoek, kennis en praktijk

Binnen De Bodem Leeft werkt Stimuland samen met Vitaland, het Louis Bolk Instituut, Proeftuin De Krim van akkerbouwer Roland Velema en Hessel Communicatie & Onderzoek. Het project wordt ondersteund door de provincie Overijssel en de Europese Unie. Stimuland verzorgt de procesbegeleiding, organiseert bijeenkomsten en regeneratieve velddagen en is verantwoordelijk voor de communicatie en kennisdeling. Daarbij zorgen we ervoor dat onderzoeksresultaten begrijpelijk en toegankelijk worden gemaakt voor agrariërs en andere geïnteresseerden.

De Bodem Leeft laat zien hoe praktijkgericht onderzoek en kennisdeling elkaar versterken. Door nieuwe maatregelen op het boerenerf te onderzoeken en de opgedane inzichten actief te delen, ontstaat kennis waarop andere ondernemers kunnen voortbouwen. Ook voor overheden, onderzoeksinstellingen en agrarische organisaties is deze aanpak waardevol. Stimuland helpt om onderzoeksambities en beleidsdoelen te verbinden met de vragen en mogelijkheden van agrariërs. Zo brengen we kennisontwikkeling en praktische toepassing dichter bij elkaar.

Samen kennis omzetten in praktijk?

Wil jouw organisatie nieuwe kennis ontwikkelen, een praktijknetwerk opzetten of een proeftuin of pilot realiseren? Stimuland helpt bij de organisatie, procesbegeleiding en kennisdeling.

Neem gerust contact met ons op. We denken graag mee over hoe we samen kennis kunnen omzetten in concrete stappen voor een toekomstbestendig landelijk gebied.

Heb je vragen, of wil je graag eens van gedachten wisselen over het opzetten van een proeftuin of pilot?

Neem contact op met Stimulander Anna van der Bijl