Regeneratieve landbouw in de praktijk: wat leert 'De Bodem Leeft' ons?

21 oktober 2026

Hoe zorg je voor een bodem die niet alleen vandaag een goed gewas oplevert, maar ook op langere termijn gezond en productief blijft? Die vraag staat centraal in het EIP-project ‘De Bodem Leeft’ op Proeftuin de Krim van akkerbouwer Roland Velema. Binnen het project wordt onderzocht hoe regeneratieve landbouw kan bijdragen aan een weerbaarder akkerbouwsysteem.

Regeneratieve landbouw in de praktijk
Regeneratieve landbouw en wortelgroei

Daarbij gaat het niet om één wondermiddel of één nieuwe techniek. Regeneratieve landbouw vraagt juist om een andere manier van kijken: naar de bodem, het gewas én de processen die daar een rol in spelen. Centraal staan twee praktijkonderzoeken, onderzoek naar winterharde groenbemestermengsels en onderzoek naar het effect van de vruchtwisseling op het bodemleven, met bijzondere aandacht voor aaltjes.

Niet het symptoom, maar het systeem

Regeneratieve landbouw draait om het herstellen en versterken van natuurlijke processen. Martijn van Vijfeijken van Vitaland vat die manier van werken samen als: eerst begrijpen wat er in de bodem en het gewas gebeurt en vervolgens proberen de processen binnen het systeem beter te laten functioneren. Niet alleen een zichtbaar probleem bestrijden, maar zoeken naar de oorzaak ervan.
Daarbij hangt veel met elkaar samen. Een gezonde bodem biedt goede omstandigheden voor actieve wortels. Die wortels voeden op hun beurt het bodemleven. Een actief bodemleven helpt bij het beschikbaar maken van voedingsstoffen en bij de opbouw van organische stof. Dat kan uiteindelijk bijdragen aan een vitaler en weerbaarder gewas.

Binnen ‘De Bodem Leeft’ wordt gewerkt vanuit een brede regeneratieve aanpak, waarbij verschillende maatregelen elkaar versterken. Denk aan gerichte bemesting, bodemanalyse en het zo lang mogelijk bedekt en beworteld houden van de bodem. Het onderzoek zelf richt zich echter op twee concrete onderdelen: de inzet van winterharde groenbemestermengsels en de invloed van vruchtwisseling op het bodemleven en de aaltjespopulatie.

Onderzoek 1: wat is de invloed van winterharde groenbemestermengsels?

Groenbemesters worden al veel gebruikt, maar voor akkerbouwers op Veenkoloniale gronden speelt een belangrijke vraag: kun je een mengsel van verschillende groenbemesters gebruiken zonder daarmee schadelijke aaltjes te vermeerderen? Daarbij wordt er vooral gekeken naar Pratylenchus penetrans, aardappelcysten aaltjes en Meloidogyne. Dit zijn plantparasitaire aaltjes die de wortels van gewassen kunnen aantasten en daardoor groei, gezondheid en opbrengst kunnen beïnvloeden.
Dat is niet vanzelfsprekend. Juist vanwege de aaltjesdruk wordt in de praktijk vaak gekozen voor één groenbemestersoort waarvan bekend is dat deze voor een bepaalde schadelijke aaltjessoort geen waardplant is. Een mengsel levert meer variatie in beworteling en kan daarmee interessant zijn voor bodemstructuur en bodemleven, maar kan mogelijk ook het risico op vermeerdering van plantparasitaire aaltjes vergroten.

In De Krim worden daarom verschillende groenbemestervarianten met elkaar vergeleken: braak, een gebruikelijke enkelvoudige groenbemester, bijvoorbeeld Japanse Haver, en twee winterharde mengsels. Deze winterharde mengsels blijven zo lang mogelijk staan en worden in het voorjaar met de Flächenrottemethode oppervlakkig ingewerkt. Daarbij wordt de groene massa kleingemaakt, met micro-organismen behandeld en ondiep door de bovenste bodemlaag gemengd. Flächenrotte is daarmee onderdeel van de regeneratieve werkwijze waarbinnen de groenbemestermengsels worden getest.
Gedurende het onderzoek kijken de onderzoekers van het Louis Bolk Instituut naar het effect op de schadelijke én nuttige aaltjespopulaties, de stikstofdynamiek, bodemkwaliteit en organische stof. Ook wordt gekeken naar de kwaliteit en opbrengst van het volggewas.

Wat zien we tot nu toe?

De eerste resultaten zijn voorzichtig positief. Tot nu toe zijn er geen aanwijzingen dat de onderzochte groenbemestermengsels zorgen voor een vermeerdering van plantparasitaire aaltjes. De saprofage aaltjes (nuttige aaltjes die bijdragen aan een goed functionerend bodemleven en de kringloop van voedingsstoffen) nemen juist in aantal toe.

Maar voor een aantal andere belangrijke vragen is het nog te vroeg. Zo kunnen nog geen harde conclusies worden getrokken over effecten op stikstof, organische stof en de uiteindelijke gewasopbrengst. Juist veranderingen in organische stof en bodemleven hebben tijd nodig; veranderingen in bodemkoolstof zijn doorgaans niet al na één jaar zichtbaar.

 

Monstersname onderzoek regeneratieve landbouw
Regeneratieve Velddag

Onderzoek 2: wat is het effect van vruchtwisseling op aaltjes?

Het tweede onderzoek richt zich op een andere vraag: wat is de invloed van vruchtwisseling, op schadelijke en nuttige aaltjes? Op Proeftuin de Krim liggen drie verschillende vruchtwisselingen naast elkaar. Daarin komt zetmeelaardappel eens per twee, drie of vier jaar terug. In de ruimere rotaties zijn onder andere suikerbiet, zomergerst en veldboon opgenomen.

Dat is relevant omdat een intensief bouwplan met veel zetmeelaardappelen de druk van bepaalde schadelijke aaltjes kan verhogen. Door de vruchtwisseling te verruimen kan die druk mogelijk worden verlaagd. Tegelijkertijd kan ook de keuze voor andere gewassen weer invloed hebben op verschillende soorten aaltjes. Daarom wordt niet alleen naar één schadelijke soort gekeken, maar naar de ontwikkeling van de aaltjespopulatie als geheel.

Ook hier ontstaat een eerste beeld

De eerste resultaten laten zien dat vruchtwisseling ertoe doet. Zo lijkt een ruimere rotatie vooral bij suikerbiet samen te gaan met minder cysteaaltjes. Maar de resultaten laten ook zien dat het niet zo eenvoudig is als: hoe ruimer, hoe beter. Verschillende aaltjessoorten reageren verschillend op de gewassen in het bouwplan. De keuze én volgorde van gewassen zijn daarom belangrijk.

Ook de opbrengst wordt gevolgd om te beoordelen of veranderingen in het bouwplan samengaan met veranderingen in productie. Bij zetmeelaardappelen zijn tot nu toe geen opbrengstverschillen tussen de onderzochte rotaties gevonden. Bij suikerbiet was in deze onderzoeksperiode wel een verschil zichtbaar tussen de 1-op-3- en 1-op-4-rotatie.

Meten om te begrijpen wat er gebeurt

Juist omdat het om samenhangende natuurlijke processen gaat, speelt meten een belangrijke rol. Bij het groenbemesteronderzoek worden onder andere bodembedekking, beworteling, biomassa, stikstof en de aaltjesgemeenschap gevolgd. Bij het vruchtwisselingsonderzoek worden de aaltjespopulaties in de verschillende rotaties gevolgd en worden opbrengst en waar relevant productkwaliteit gemeten.

Daarnaast wordt binnen de bredere regeneratieve bedrijfsvoering op Proeftuin de Krim gewerkt met onder andere bodembalansanalyses, Brixmetingen en plantsapanalyses. Die helpen Roland Velema om gedurende de teelt beter te begrijpen wat er in bodem en gewas gebeurt en daarop te sturen. Ook helpen deze analyses de resultaten van beide onderzoeken beter te verklaren.

Geen blauwdruk, wel steeds meer inzicht

Na de eerste onderzoeksperiode ligt er nog geen kant-en-klaar recept voor regeneratieve akkerbouw. Wel wordt steeds duidelijker welke vragen relevant zijn voor ondernemers die ermee aan de slag willen. Bij winterharde groenbemestermengsels lijkt het vooralsnog mogelijk om meer diversiteit in te brengen zonder dat dit automatisch leidt tot meer plantparasitaire aaltjes. De komende onderzoeksperiode moet duidelijk maken wat deze mengsels daarnaast betekenen voor stikstof, bodemkwaliteit en opbrengst.

Bij de vruchtwisseling zien we dat de vruchtwisselingintensiteit en de keuze van gewassen invloed hebben op de aaltjespopulatie. Daarbij is het belangrijk om niet alleen naar schadelijke aaltjes te kijken, maar ook naar nuttige soorten en naar de uiteindelijke gewasopbrengst. Voor agrarisch ondernemers betekent regeneratief werken daarmee vooral: goed kijken, meten, leren en stap voor stap het systeem verbeteren. Welke maatregelen daarbij het beste passen, zal per bedrijf, bouwplan en bodem verschillen.

Binnen ‘De Bodem Leeft’ werkt Stimuland samen met Vitaland, het Louis Bolk Instituut, akkerbouwbedrijf Roland Velema en Hessel Communicatie & Onderzoek. Stimuland organiseert de bijeenkomsten en regeneratieve velddagen en verzorgt de communicatie en kennisdeling.

Want de opgedane kennis is pas echt waardevol als ook andere agrarisch ondernemers ermee aan de slag kunnen. Daarom organiseren de projectpartners op dinsdag 17 november een Regeneratieve Kennismiddag waarin de opgedane ervaringen en onderzoeksresultaten worden gedeeld. Het definitieve programma wordt binnenkort gedeeld.

Heb je vragen, of wil je graag eens van gedachten wisselen over regeneratieve landbouw?

Neem contact op met Stimulander Vera Santing