Van stikstofdoelen naar praktische stappen
De provincie Noord-Holland heeft samen met LTO Noord, Biologisch Noord-Holland en het Hollands Agrarisch Jongeren Kontakt afgesproken om de stikstofuitstoot in 2035 met 30 procent te verminderen. Maar hoe vertaal je zo’n doel naar de dagelijkse praktijk op het boerenbedrijf?
Dat is niet eenvoudig. Een maatregel die voor de ene melkveehouder goed werkt, hoeft voor een ander niet de beste keuze te zijn. Grondsoort, bedrijfsvoering, ligging en afzetmogelijkheden spelen allemaal een rol. Bovendien hangen maatregelen voor stikstofreductie vaak samen met andere vraagstukken, zoals bodemkwaliteit, biodiversiteit en het economisch perspectief van het bedrijf.
De BoerenStikstofAcademie helpt agrariërs om daarin hun eigen weg te vinden. Niet door één oplossing voor te schrijven, maar door praktische kennis, individuele coaching en ervaringen van andere boeren beschikbaar te maken. De Academie richt zich nu op de melkveehouderij, met de intentie om later mogelijk ook andere landbouwsectoren te betrekken.
Biologisch of extensief boeren: wat betekent dat voor mijn bedrijf?
De eerste bijeenkomst op 3 november ging over biologische en extensieve melkveehouderij. Op het melkveebedrijf van de familie Mul in Graft gingen ondernemers en deskundigen met elkaar in gesprek over de mogelijkheden en gevolgen van een andere bedrijfsvoering. Daarbij werden verschillende invalshoeken belicht. Wat betekenen extensivering en omschakeling naar biologisch voor de productie en stikstofuitstoot? Welke mogelijkheden zijn er om de melk tegen een passende prijs af te zetten? En hoe zorg je dat een andere manier van boeren ook op langere termijn voldoende rendement oplevert?
Naast technische kennis en cijfers was er aandacht voor de markt en het ondernemerschap. Ook kwam de praktijkervaring van melkveehouder Jan Mul aan bod, die eerder de overstap naar biologische bedrijfsvoering maakte. Juist die combinatie van deskundige kennis, inzicht in de markt en ervaringen van collega-boeren maakt de bijeenkomsten waardevol. Anna: ‘We willen boeren niet vertellen welke keuze ze moeten maken, maar laten zien welke mogelijkheden er zijn. Door technische kennis, marktontwikkelingen en praktijkervaringen bij elkaar te brengen, kunnen ondernemers beter bepalen welke route past bij hun bedrijf en toekomstplannen.’


