De landbouwtransitie begint in de praktijk
De landbouw staat voor grote uitdagingen. Bodemkwaliteit, biodiversiteit, het beperken van nutriëntenverliezen en steeds extremere weersomstandigheden vragen om aanpassingen in de bedrijfsvoering. Tegelijkertijd moeten agrariërs kunnen blijven rekenen op een gezond en toekomstbestendig bedrijf.
Regeneratieve landbouw biedt hiervoor interessante mogelijkheden. Deze vorm van landbouw richt zich op het herstellen en versterken van natuurlijke processen in bodem en gewas. Maar welke maatregelen werken onder welke omstandigheden? En wat betekenen ze voor de opbrengst en het verdienvermogen van boeren?
Om daar antwoorden op te vinden, wordt binnen het EIP-project De Bodem Leeft van 2025 tot en met 2027 praktijkonderzoek uitgevoerd op Proeftuin De Krim van akkerbouwer Roland Velema. Samen met Vitaland en het Louis Bolk Instituut wordt onderzocht hoe regeneratieve maatregelen kunnen bijdragen aan een weerbaarder akkerbouwsysteem op de Veenkoloniale gronden.
De Bodem Leeft: onderzoek op het erf van de boer
Binnen De Bodem Leeft staan twee praktijkonderzoeken centraal. Het eerste richt zich op winterharde groenbemestermengsels. Onderzoekers bekijken welke invloed deze hebben op het bodemleven, schadelijke en nuttige aaltjes, de stikstofvoorziening en de kwaliteit en opbrengst van het volggewas.
Het tweede onderzoek richt zich op vruchtwisseling. Wat gebeurt er met de aaltjespopulatie wanneer zetmeelaardappelen minder vaak terugkomen in het bouwplan en worden afgewisseld met gewassen zoals suikerbieten, zomergerst en veldbonen?
Beide onderzoeken maken deel uit van een bredere regeneratieve bedrijfsaanpak. Daarbij wordt onder andere gewerkt met gerichte bemesting, bodemanalyses en het zo lang mogelijk bedekt en beworteld houden van de bodem. Zo worden maatregelen niet afzonderlijk bekeken, maar als onderdeel van een samenhangend landbouwsysteem.
