Kansen voor een toekomstbestendige landbouw
De teelt van eiwitrijke gewassen zoals lupine, veldbonen, erwten en soja biedt kansen voor een duurzamere landbouw. Deze gewassen kunnen bijdragen aan een gezonde bodem, meer biodiversiteit en het sluiten van regionale kringlopen. Bovendien groeit de belangstelling voor plantaardige eiwitten, zowel voor menselijke consumptie als voor veevoer.
Toch is de overstap naar deze teelten voor boeren niet vanzelfsprekend. De opbrengsten verschillen sterk per perceel en per jaar. Er is nog veel te leren over geschikte teeltmethoden, verwerking en opslag. En misschien wel de belangrijkste uitdaging: hoe zorg je voor voldoende afzet en een goed verdienmodel voor de boer?
Juist daarom is het belangrijk om niet alleen naar de teelt te kijken, maar naar de hele keten. Van de boer die het gewas verbouwt tot de fabrikant die er een product van maakt en de retailer die het uiteindelijk koopt.
Samen leren, ontwikkelen en vernieuwen
In het Versnellingsprogramma Eiwitteelt en Verwaarding Overijssel, dat loopt van 2024 tot en met 2027, wordt gewerkt aan het ontwikkelen van toekomstbestendige regionale eiwitketens.
De basis van het programma wordt gevormd door vier praktijknetwerken waarin ondernemers samenwerken aan nieuwe regionale eiwitketens. Zo werken telers als Inge Theisens, Frank Nieuwe Weme, Els Uijterlinde en Roland Velema aan de teelt en toepassing van eiwitgewassen voor veevoer. Tegelijkertijd richten ondernemers zoals Lekker Lupine en De Nieuwe Melkboer zich op de verwerking, verwaarding en afzet van plantaardige eiwitten primair voor humane consumptie. Samen onderzoeken zij hoe regionale ketens kunnen worden opgebouwd die boeren een duurzaam verdienmodel bieden.
De aanpak richt zich op drie belangrijke onderdelen:
- Verbeteren van de teelt: kennis en ervaringen uitwisselen, teeltresultaten vergelijken en onderzoeken welke teeltmethoden het beste werken op Overijsselse gronden.
- Ontwikkelen van verwerking: onderzoeken hoe gewassen efficiënt kunnen worden geschoond, gedroogd, opgeslagen en verwerkt, bij voorkeur binnen de regio.
- Nieuwe markten ontwikkelen: samenwerken met verwerkers en afnemers om nieuwe producten en afzetmogelijkheden te ontwikkelen en daarmee een beter verdienmodel voor telers mogelijk te maken.
De kracht van deze aanpak is dat ondernemers niet ieder afzonderlijk oplossingen hoeven te zoeken. Door ervaringen te delen, praktijkproeven uit te voeren en deskundigen te betrekken, ontstaat kennis die direct toepasbaar is. Wat in het ene netwerk wordt geleerd, kan ook andere deelnemers verder helpen.
Zo geven deelnemers aan dat veel teelttechnische vragen inmiddels gezamenlijk zijn opgelost. Ondernemers delen ervaringen over gewaskeuze, bemesting en oogst, wisselen kennis uit over verwerking en onderzoeken, zelfs mogelijkheden om machines gezamenlijk te benutten. Hierdoor hoeft niet iedere ondernemer afzonderlijk het wiel uit te vinden.


