Plattelandsvraagstuk van de maand: zijn zonneparken de toekomst van het buitengebied?

Als stichting, die zich inzet voor de leefbaarheid van het platteland, komen we regelmatig kwesties tegen waar we ons zorgen over maken. We vinden dat wij als onafhankelijke non-profit organisatie de verantwoordelijkheid hebben om de ontwikkelingen, die we zien en tegenkomen in ons werk te benoemen en bespreekbaar te maken. Deze week behandelen we de discussie rondom de zonneparken.

LTO Salland luidde recentelijk de noodklok in Nieuwe Oogst over het plan om 800 hectare landbouwgrond in te zetten als zonnepark rondom Deventer. ‘Dit kan een ecologische ramp in de bodem veroorzaken en is qua verduurzaming het paard achter de wagen spannen’, zegt Rudie Haarman, voorzitter van LTO Salland.

Ook in Dalfsen zijn buurtbewoners tegen de komst van een zonnepark volgens RTV Oost: ‘Het geld vloeit weg naar de projectontwikkelaar en de boer die in Zwolle woont. Wat levert het Dalfsen op? Niks, wij blijven met de rommel zitten.’ Wim van Leussen spreekt namens 90% van de huishoudens in de Marshoek. Hij is zich bewust van het belang van duurzaam opwekken van energie. ’Daar zijn wij hier goed in, in kleine projecten waar dan de buurt rechtstreeks van meeprofiteert. Met elkaar, voor elkaar. Denk aan een klein zonnepark, zon op daken, de postcoderoos zoals bij houthandel Foreco in Dalfsen, mogelijkheden om energie op te wekken met de Vecht. Wij willen van alles, maar niet op deze manier, niet zo groots.’

Uit onderzoek van Natuurmonumenten onder 45.000 Nederlanders blijkt dat ruim 80 procent zich zorgen maakt over het landschap, het gaat dan om het verdwijnen van karakteristieke landschapselementen zoals houtwallen. Maar ook het verdwijnen van bloemen en vlinders en de komst van grote stallen, windmolens en dus zonneparken. De deelnemers vinden dat er ruimte moet zijn voor het opwekken van duurzame energie. Maar dan wel op logische plekken, zoals daken van woningen en bedrijven voor zonnepanelen.

Intussen stellen gemeenten een Regionale Energie Strategie (RES) op waar zonneparken een onderdeel van zijn. Gemeenten moeten een plan opstellen voor de verduurzaming van het energieverbruik in het kader van het nationale klimaatakkoord. Zo ook de gemeenten in de provincie Groningen. De RES die daar is opgesteld is vrijwel onbekend bij de inwoners van de provincie. Dat constateerden raadsleden van de gemeenten Delfzijl, Appingedam en Loppersum eind februari over het document die door ambtenaren en adviseurs was opgesteld. De vraag is of er ook draagvlak voor deze energietransitie is onder de bewoners.

De tegenstelling tussen de plattelandsbewoners èn agrarische belangenbehartigers en aan de andere kant de belangen van (lokale) politiek, ambtenaren, adviseurs, projectontwikkelaars en een enkele boer, die geld verdient aan de panelen in zijn weiland – worden groter en de discussie harder. Hoe voorkomen we dat er zonneparken worden geplaatst zonder draagvlak, die het platteland er niet mooier op maken. Terwijl we aan de andere kant ook op een andere en duurzame manier aan energie moeten komen?

Stichting Stimuland pleit voor een integrale gebiedsaanpak samen met de RES waar alle ruimtelijke opgaven vanuit verschillende oogpunten wordt bekeken. Dit betekent ook dat er oog moet zijn voor de (landbouw)structuur op lokaal niveau, de verkaveling, infrastructuur en ontsluiting en het behalen van andere beleidsdoelen, zoals het sluiten van kringlopen en het vergroten van biodiversiteit. Maar het belangrijkste is dat er draagvlak moet zijn bij de bewoners en dat is soms lastig voor instanties want het vraagt een heel andere aanpak dan voorheen, zoals een kwetsbare opstelling en omgaan met kritiek. Maar op termijn draagt samenwerking met álle partijen, bij aan een toekomstbestendig en leefbaar platteland.