Weerribben-Wieden: is er straks nog riet of niet?

Riet is een van de belangrijkste planten in de Weerribben-Wieden. Maar in de afgelopen decennia merken rietsnijders dat de rietproductie en rietkwaliteit sterk achteruitgaan. In 2023 was de opbrengst soms zelfs 25 tot 30 procent minder. Om handelingsperspectief te kunnen bieden voor het rietlandbeheer en toekomstplannen te kunnen maken voor het gebied, is het essentieel om te weten hoe dit komt. Daarom starten Onderzoekcentrum B-WARE, in samenwerking met Witteveen + Bos en de Radboud Universiteit een onderzoek naar welke water- en bodemcondities de rietgroei in de Weerribben-Wieden beïnvloeden.

Rietcultuur belangrijk voor het gebied

Het gebied de Weerribben-Wieden kent een lange historie van rietsnijders en rietdekkers. Door het oogsten van de rietvelden zorgen zij ervoor dat de waterrijke gebieden een open karakter behouden, dat de rietcultuur blijft bestaan en zij leveren de grondstof voor een natuurlijke, duurzame dakbedekking. Daarnaast staat het gebied ook bekend om de goed ontwikkelde moerasnatuur en de hoge biodiversiteit met onder andere beschermde soorten als de grote karekiet en de roerdomp. De activiteiten van de rietsnijders, van water- en natuurbeheer en van de agrariërs in het gebied hebben invloed op elkaar.

 

Riettelers willen weten wat er aan de hand is

Rietteler Wout van de Belt heeft zijn bedrijf rond het dorp Belt-Schutsloot. Hij pacht ruim 30 hectare rietland van de terrein beherende organisatie Natuurmonumenten en bewerkt daarnaast nog eens 20 hectare eigen en particulier gepacht rietland. Wout maakt zich zorgen over de daling van de rietopbrengst: ‘’De laatste 10 jaar daalt de rietopbrengst jaar in jaar uit, van 1000 bosjes per hectare naar minder dan 500. We weten nu niet waardoor het komt en ik wil niet dat dit werk met mij stopt. Daarom hebben we aangedrongen op een onderzoek. Misschien is er niks aan te doen en moeten we ons daarbij neerleggen. Maar dan moeten we dat wel goed onderzocht hebben.”

 

Onderzoek belangrijk voor de toekomst

In de afgelopen decennia zien de rietsnijders dat de rietproductie en rietkwaliteit om onbekende redenen achteruitgaat. Het is belangrijk om inzicht te krijgen in wat deze achteruitgang veroorzaakt, zodat deze kennis gebruikt kan worden voor toekomstig beheer van de rietlanden en voor het maken van beheerplannen voor het gebied. Daarnaast kan deze kennis ook breder toegepast worden op de veenweidegebieden rond de Weerribben-Wieden. Daar is sprake van veenafbraak door drainage, met bodemdaling en broeikasgasemissies tot gevolg. Om dit te beperken wordt er aan gedacht om de veenbodems te vernatten. Riet is een van de potentiële gewassen die geteeld zouden kunnen worden op vernatte veenbodems. Zo blijft het veen nat en stopt de veenafbraak en broeikasuitstoot.

 

Water- en bodemcondities onderzoeken

Onderzoekcentrum B-WARE gaat samen met ingenieursbureau Witteveen + Bos en de Radboud Universiteit, in opdracht van Natuurcollectief Noord West Overijssel, onderzoeken welke water- en bodemcondities van invloed zijn op de rietgroei in de Weerribben-Wieden. Dit onderzoek wordt gefaciliteerd door de provincie Overijssel met een bijdrage van Elise Mathilde, ter nagedachtenis aan H.J.E. van Beuningen, welke door SBNL Natuurfonds wordt beheerd. Stichting Part-Ner en VIP NL https://vip-nl.nl/) hebben de fondsen geworven. Er zullen verschillende rietlanden en veenweidepercelen worden bezocht, bemonsterd en geanalyseerd. Door allerlei verschillende condities (zuurgraad, voedselrijkdom, waterstand, vegetatiesamenstelling, rietkwaliteit, ouderdom van de kragge) te onderzoeken op zowel extensief ‘natuurlijk’ beheerde rietlanden als intensief beheerde rietlanden, wordt hopelijk duidelijk welke factoren de rietgroei het meeste beïnvloeden. Het onderzoeksplan en de locatieselectie wordt samen met de gebiedspartners gemaakt, waarna het onderzoek het komende groeiseizoen van start gaat.

 

Rol van Stimuland

Stimuland ondersteunt en faciliteert het Veenweide Innovatie Programma Nederland (VIPNL) op het gebied van kennis en netwerk.  Daarnaast vervult Stimuland de rol van proeftuintrekker van VIPNL voor de provincie Overijssel. Heb je vragen over het programma VIPNL of heb je ideeën voor een project en wil je daarover sparren? Neem dan contact op met Riek van der Harst via 06-13 48 88 76 of rvanderharst@stimuland.nl.