Overheden moeten aandacht verleggen van innovatoren in de landbouw

23 mei 2019

De Nederlandse agrarische sector is een wereldspeler van betekenis. De sector levert mede door een sterke exportpositie, een belangrijke bijdrage aan onze economie en werkgelegenheid en is internationaal toonaangevend waar het gaat om innovatiekracht en het ontwikkelen van nieuwe kennis. Tegelijkertijd staat de economische positie van een grote groep agrariërs onder zware druk, onder meer vanwege lage marktprijzen voor hun producten.

De ernst van de situatie wordt breed onderkend. De afgelopen jaren is vanuit de overheid en sector zelf een veelheid aan initiatieven genomen om de problemen waar de agrarische sector voor staat aan te pakken en duurzaamheid op gang te brengen. De afgelopen jaren was het beleid en de bijbehorende financieringsarrangementen van de overheden met name gericht op de voorhoede: de innovatoren in de landbouw.

In de praktijk betekent dat experimenteerruimte in de regelgeving (tijdelijke vrijstellingen door Rijk en decentrale overheden) alleen beschikbaar is voor pioniers. Deze groep krijgt voorrang in stimuleringsregelingen in de vorm van subsidies, fiscale voordelen en financiering. Ruimte in groei in de vorm van ruimtelijke vergunningen. En ondersteuning vanuit kennisinstellingen ten behoeve van ondersteuning en innovatie en voor kennisoverdracht met andere ondernemers in de voorhoede.

De overheden beogen met deze aanpak dat deze ‘goede voorbeelden’ uitgerold worden naar de ‘middengroep’ van agrarische ondernemers. Wij zien vanuit onze rol als katalysator van ontwikkelingen op het platteland in Oost-Nederland dat deze aanpak averechts lijkt uit te pakken. In de landbouwsector is een kloof aan het ontstaan tussen de ‘koplopers’ en ‘middengroep’ omdat deze laatste groep bezorgd is dat nieuwe standaarden ontstaan waar zij niet aan kunnen voldoen.

Deze groep ondernemers heeft te maken met uitdagingen zoals overtollige bebouwing, aanwezigheid van asbest, geen snel internet, oude energiehuishouding, schuldenproblematiek, zorg en sociaal isolement. Daarnaast zien ze ook de transities op hun afkomen op het gebied van verduurzaming, klimaat, energie en circulariteit. Deze ondernemers missen ofwel de motivatie ofwel de financiële draagkracht om snel tot actie over te gaan. Dat vraagt dus een andere aanpak van de overheid.

De provincie Overijssel heeft hier een goede stap gezet door ervencoaches aan te stellen die gemeenten in deze provincie actief gaan ondersteunen en juist deze groep gaan bedienen. Een ervencoach helpt mensen na te denken over de toekomst. Ze geven agrariërs informatie over alle mogelijk regelingen en beleid rondom het stoppen met hun bedrijf of de uitbreiding daarvan. Een vervolgstap zou zijn om ook beleid te ijken inclusief het bijbehorend instrumentarium. Want we willen naast de innovatoren in de landbouw juist de middengroep in beweging krijgen.

In de provincie Gelderland zien we nog een bepaalde terughoudendheid met een dergelijke aanpak met ervencoaches terwijl dit een van de provincies is in Nederland waar de meeste landbouwers gevestigd zijn. Het beleid en arrangementen van Gelderland zijn met name gericht op de koplopers in de provincie terwijl het juist zo belangrijk is om ook aandacht te hebben voor de middengroep. Wij roepen de overheden op om een dergelijke aanpak zoals in Overijssel te omarmen. Waarbij ruimte blijft voor de koplopers én de middengroep. Zodat we ook in de toekomst op het gebied van landbouw een wereldspeler blijven van formaat.  

Gert-Jan Oplaat                              Ingrid Jansen
Voorzitter Stimuland                     Directeur Stimuland


« Bekijk alle nieuwsberichten