Oost-Nederland moet beter en flexibel regio-overstijgend samenwerken

15 april 2019

Alleen ga je sneller, samen kom je verder

De nieuwe colleges van gedeputeerde staten zijn in de maak en de programma’s voor de komende bestuursperiode bevatten straks grote opgaven in transities op verschillende terreinen. Dit is een goed moment om stil te staan bij de vraag: hoe organiseren we de verbinding tussen het beleid en de uitvoering in het veld. Het antwoord ligt in flexibele samenwerkingsverbanden.

In Oost-Nederland kunnen we veel leren van de samenwerking in het Noorden. Van oudsher hebben Drenthe, Groningen en Friesland weinig gemeen. De verschillen in lokale cultuur en de streektaal waren levensgroot en ook het economisch landschap was heel divers. Grote bestuurlijke verdeeldheid die leidde in het verleden tot gevechten om de budgetten voor regionale ontwikkeling. De noodzaak van samenwerking was voelbaar. Die kwam er in 1992, met de oprichting van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN).
SNN werd later nog belangrijker, in de strijd tegen de hoge werkloosheid en de matige economische structuur. SNN kreeg een bestuurlijk mandaat om afspraken te maken met het Rijk. Er kwam een grootscheeps stimuleringsprogramma. Vanaf 2007 werden ook de vier grote steden (Groningen, Leeuwarden, Emmen en Assen) uit het Noorden nauw betrokken in de bestuurlijke afstemming.

Zelfbewuste regio’s
Net als het Noorden heeft ook het Oosten een grote verscheidenheid. Individuele regio’s profileren zich zelfbewust met hun eigen karakter: Achterhoek, Arnhem, Nijmegen, Cleantech Regio Stedendriehoek, Food Valley, Noordrand Veluwe, Rivierengebied, Twente en Zwolle. Maar anders dan het Noord-Nederland van de jaren ’90, hebben wij geen last van een haperende economie. In het Oosten hebben we al jaren een gestage groei van de economie en ontwikkelt zich in sommige individuele regio’s sneller dan het Nederlands gemiddelde.

Toch hebben Gelderland en Overijssel wel degelijk regio-overstijgende uitdagingen. Bijvoorbeeld de omvang van de kenniseconomie, leefbaarheidsvraagstukken en bereikbaarheid. Ook in het Oosten staan we voor grote transities in de landbouw en de energievoorziening. Ook wij hebben te maken met de klimaatdoelstellingen. En ook hier moeten we aan de slag met de Omgevingswet.

We leven in een netwerksamenleving
Die uitvoering kan niet in de provinciehuizen worden gedicteerd. Evenmin is het doelmatig als elke regio zelf het wiel uitvindt. De noodzaak om samen regio-overstijgende thema’s op te pakken is groter dan ooit. De landelijke Studiegroep Openbaar Bestuur beklemtoonde dit al in 2014 in het rapport “Maak verschil”. Gemeenten worden belangrijker, de rol van de overheid ten opzichte van bedrijfsleven en kennisinstellingen verandert.
We leven in een netwerksamenleving, waarin bedrijven, kennisinstellingen, overheden en maatschappelijke organisaties in wisselende verbanden met elkaar samenwerken.

Per thema nieuwe coalities nodig
We hebben per thema nieuwe coalities nodig. Dat is de belangrijke volgende stap in het ontwikkelen van een krachtige economic governance in Oost-Nederland. Dat weten we al drie jaar, want het werd in 2016 bevestigd in een uitgebreid onderzoek van de provincies Gelderland en Overijssel naar ‘De Kracht van Oost-Nederland’.
Daarmee doen we in Oost-Nederland tot nu toe te weinig. In Noord-Nederland zijn sinds 2016 wél stappen gezet om het samenwerkingsverband aan te passen aan de nieuwe uitdagingen. Provincies en gemeentebestuurders werken per inhoudelijke opgave in wisselende coalities samen zolang dat nodig is. Voor deze andere manier van werken is een regiegroep geformeerd met één bestuurlijke vertegenwoordiger uit elk van de zeven SNN-partners plus een commissaris van de Koning als voorzitter. De regiegroep bewaakt de gezamenlijke lobbyagenda op hoofdlijnen en stuurt vooral op het proces. De inhoud komt uit het veld, via verschillende overlegtafels voor bijvoorbeeld het economisch domein, de energietransitie, duurzame landbouw, enz.
Dat moeten wij in het Oosten ook kunnen.

Meer mogelijkheden activeren
De eerste stap is het vormen van een regiegroep voor Oost-Nederland, met een bestuurlijke vertegenwoordiger per regio, waarin gezamenlijk de bestuurlijke prioriteiten worden bepaald. Dat is de basis voor het smeden van flexibele samenwerkingsverbanden, gelegenheidscoalities per thema, die de verbinding maken tussen de het beleid en de uitvoering in de praktijk. Zo kunnen we ook de krachten bundelen en veel meer (nieuwe) mogelijkheden activeren die Europese en nationale beleidsprogramma’s bieden. Die mogelijkheden willen we niet laten liggen. Wij zijn bezorgd dat dat kracht van Oost-Nederland, de sterke afzonderlijke regio’s, straks onze achilleshiel wordt. Want alleen ga je misschien wel sneller, maar samen kom je verder.

Gert-Jan Oplaat                              Ingrid Jansen
Voorzitter Stimuland                     Directeur Stimuland


« Bekijk alle nieuwsberichten